Hagar, vijf lessen over afwijzing

Hoeveel van ons hebben niet te maken (gehad) met afwijzing? In het gezin waar je bent opgegroeid, in je jeugd, op de middelbare school, misschien nu zelfs wel op je werk…

Toen ik nadacht over een voorbeeld van afwijzing in de Bijbel kwam Hagar mij in de gedachten. Laten we zien wat we daar van kunnen leren. De naam Hagar betekent “reizende” of “vluchtende”, of ook “Sinaï” (Gal.4:25).

Waar kwam zij vandaan?

Wellicht dat zij een van degenen is die door farao aan Abram had geschonken: “En hij” [farao] “deed Abram wèl om harentwil, zodat hij schapen, runderen, ezels, slaven, slavinnen, ezelinnen en kamelen ontving” (Gen.12:16).

Abram heeft haar waarschijnlijk aan Sarai gegeven, want Hagar was de Egyptische slavin van Sarai, de vrouw van Abram. Toen bleek dat Sarai zelf niet vruchtbaar was schonk ze deze slavin weer als vrouw terug aan Abram om bij haar nageslacht te verwekken – een normaal en geaccepteerde gewoonte in die tijd: “Sarai nu, de vrouw van Abram, schonk hem geen kinderen, en zij had een Egyptische slavin, wier naam was Hagar. En Sarai zeide tot Abram: Zie toch, de HERE heeft mij niet vergund te baren; ga toch tot mijn slavin; misschien zal ik uit haar gebouwd worden. En Abram luisterde naar Sarai” (Gen.16:1-2).

Uitgangspositie

Hagar had dus al een lage uitgangspositie, ze werd door iedereen weggegeven, bijna als een stuk vee… Dat kàn haar zelfbeeld geen goed hebben gedaan. Ze had geen eigen keus, want anderen bepalen wat er met haar gebeurt.

Les 1. Van slachtoffer tot dader

Toen Hagar wel zwanger werd (in tegenstelling tot Sarai), verachtte zij Sarai: “En hij ging tot Hagar en zij werd zwanger; toen zij zag, dat zij zwanger geworden was, was haar meesteres verachtelijk in haar ogen” (Gen.16:4).

En hier hebben we het eerste leerpunt: Sommigen worden van slachtoffer tot dader: Hagar keert zich in hoogmoedige opstand vanuit haar nieuwe positie als echtgenote tegen Sarai, haar vroegere meesteres. Eindelijk had ze iets gevonden waardoor ze dacht wraak te kunnen nemen. Ze botviert een leven lang frustraties door Sarai te vernederen.

Les 2. Minderwaardigheidsgevoel

Nadat Sarai zich beklaagt bij Abram geeft deze Hagar weer aan Sarai terug, waardoor haar rechten als echtgenote beëindigd zijn. Sarai vernedert Hagar, en wel op zo’n manier dat ze, ondanks haar zwangerschap, wegvlucht: “En Abram zeide tot Sarai: Zie, uw slavin is in uw macht; doe met haar wat goed is in uw ogen. Toen vernederde Sarai haar, en zij vluchtte van haar weg” (Gen 16:6).

Hier zien we een tweede leerpunt: Het gevolg van afwijzing kan zijn: een gevoel dat je niets meer waard bent, uiterste wanhoop: Hagar kiest in feite voor de dood boven het leven. Een vrouw alleen in de woestijn houdt het immers niet lang vol.

Lachai-Roï

De Engel des Heren vertelt Hagar dat ze terug moet gaan en dat haar nageslacht zeer talrijk zal zijn en dat ze haar zoon Ismaël (“God hoort”) moet noemen. Ze noemt de naam van God: El-Roï, “de HERE Die mij ziet”. Later wordt de put genoemd de put “Lachaï roï”, de put van “de Levende Die naar mij omziet”:

En de Engel des HEREN trof haar aan bij een waterbron in de woestijn, bij de bron aan de weg naar Sur. En Hij zeide: Hagar, slavin van Sarai, vanwaar komt gij en waarheen gaat gij? En zij zeide:Ik ben op de vlucht voor mijn meesteres Sarai. En de Engel des HEREN zeide tot haar: Keer naar uw meesteres terug en verneder u onder haar hand. En de Engel des HEREN zeide tot haar: Ik zal uw nageslacht zeer talrijk maken, zodat het vanwege de menigte niet geteld kan worden. Voorts zeide de Engel des HEREN tot haar: Zie, gij zijt zwanger, en zult een zoon baren, en hem Ismaël noemen, want de HERE heeft naar uw ellende gehoord. Hij zal een wilde ezel van een mens zijn; zijn hand zal tegen allen zijn en de hand van allen tegen hem, en hij zal ten aanschouwen van al zijn broederen wonen. Toen noemde zij de naam des HEREN, die tot haar gesproken had: Gij zijt een God des aanziens; want, zeide zij, heb ik hier ook omgezien naar Hem, die naar mij ziet? Daarom noemt men die put: de put Lachai- Roï; zie, hij is tussen Kades en Bered” (Gen.16:7-14)

Erkentenis der waarheid!

Geweldig! Ze heeft de Liefdevolle God ontmoet die haar ziet staan in haar gebrokenheid! Eindelijk Iemand die haar ziet voor wie ze is! Geen “vluchtende” meer, maar moeder van een groot nageslacht, hersteld in waardigheid naar Gods belofte aan Abram. Ze gaat terug en baart een zoon, en noemt hem Ismaël.

Les 3. Anderen meenemen

Als later Izak wordt geboren en van de borst af is, merkt Sara dat Ismaël spottend lacht. “Toen zag Sara, dat de zoon van Hagar, de Egyptische, die zij Abraham gebaard had, spotte, …” (Gen.21:9)

Een derde leerpunt: anderen meenemen in hoogmoed: Als het dan even beter gaat slaat de hoogmoed toe. Hagar kan dan wel tot erkentenis van de Waarheid over God zijn gekomen, toch zal zij Ismaël hebben beïnvloed tot dit gedrag. Een kind bedenkt dat niet zelf. Waarschijnlijk heeft zij hem verteld dat hij de oudste zoon is en in die zin de meerdere van Izak.

Les 4. Afwijzing kan diep gaan

Sara eist van Abraham dat Hagar worden weggestuurd. Abraham wil dat niet, maar God overtuigt hem het toch te doen, hij gehoorzaamt en stuurt Hagar weg. Op een gegeven moment is Hagar’s voedsel op. Ze zit nu echt op de bodem van de put van haar leven. Alles is ze kwijtgeraakt. Het zicht op de gegeven belofte is ze kwijt, ze gooit haar kind onder een struik en wacht op de dood.

en zij [Sara] zeide tot Abraham: Jaag die slavin met haar zoon weg, want de zoon van deze slavin zal niet erven met mijn zoon, met Isaak. Dit nu mishaagde Abraham zeer ter wille van zijn zoon. Maar God zeide tot Abraham: Laat dit niet kwaad zijn in uw ogen, om de jongen en om uw slavin; in alles wat Sara tot u zegt, moet gij naar haar luisteren, want door Isaak zal men van uw nageslacht spreken. Maar ook de zoon der slavin zal Ik tot een volk stellen, omdat hij uw nakomeling is.
De volgende morgen vroeg nam Abraham brood en een zak water, en gaf het aan Hagar, dat leggende op haar schouder, alsook het kind, en hij zond haar weg; daarop ging zij heen en dwaalde door de woestijn van Berseba [bron van de eed]. Toen het water uit de zak op was, wierp zij het kind onder één der struiken, en ging op een afstand zitten, zo ver als een boogschot reikt, want zij zeide: Ik kan het sterven van het kind niet aanzien. Terwijl zij op een afstand zat, verhief zij haar stem en weende” (Gen.21:10-16).

Het vierde leerpunt is dat afwijzing zeer diep kan gaan, zelfs tot en met suïcidaal gedrag: Ze gooit de jongen onder een struik en gaat een eind verderop zitten, luid huilend en wachtend op het einde.

5. Afwijzing kan doorwerken in de geslachten

Maar God ziet naar haar om en herbevestigt Zijn belofte aan haar:

En God hoorde de stem van de jongen, en de Engel Gods riep van de hemel tot Hagar en zeide tot haar: Wat deert u, Hagar? Vrees niet, want God heeft naar de stem van de jongen gehoord, daar waar hij is. Sta op, neem de jongen op, en houd hem vast met uw hand, want Ik zal hem tot een groot volk stellen. Toen opende God haar ogen, en zij zag een waterput; zij ging de zak met water vullen en liet de jongen drinken. En God was met de jongen en hij groeide op; hij ging in de woestijn wonen en werd een boogschutter” (Gen.21:17-20).

Ismaël zal naar Gods belofte later inderdaad uitgroeien tot een groot volk.

Maar… Het vijfde leerpunt is dat afwijzing kan doorwerken in de geslachten: Dit verhaal van Hagar en Ismaël werkt de generaties door. Tot op de dag van vandaag worden afstammelingen van Ismaël in het Midden-Oosten als minderwaardig beschouwd.

Lachai-Roï – de Levende Die naar mij omziet

Jij mag weten:

Hoe zeer je je ook niet aanvaard voelt,
Hoe minderwaardig je je ook voelt,
Hoe weinig zelfvertrouwen je ook hebt,

je mag weten dat er een Levende God is Die naar jou omziet,

Die jou aanvaard zoals je bent,
Die jou een gemeente geeft waar je warm welkom bent,
met broeders en zusters die jou niet afkeuren maar opbeuren!

Die blij is met jou en niet van jou verwacht dat jij zorgt dat het goed komt,
en Die jou een gemeente geeft met mensen die blij met je zijn!

Die geen rechtvaardiging van jou verwacht – Hij heeft jou gerechtvaardigd
en Die jou een gemeente geeft die je zonder voorwaarden aanvaardt!