Geest en ziel

Dit is de tweede blog in een serie waarin ik het boek “de geestelijke mens” van Watchman Nee zal samenvatten. – volgende keer: De val van de mens.

duifDe geest

Hebr. “Ruach“, Gri. “pneuma“.
Het is van groot belang dat de gelovige weet dat hij een geest heeft, omdat de communicatie van God met de mens juist daar plaatsvindt. Onwetendheid op dit gebied leidt tot het verwisselen van gedachten en emoties, die uit de ziel voortkomen, met de werking van de geest. Zo wordt de mens beperkt tot de uiterlijke wereld, en begrijpt hij de geestelijke wereld niet.
 
Er zijn voldoende verzen in de Bijbel die spreken van “’s mensen eigen geest“, “mijn geest“, “onze geest“, “de geesten van de profeten“, “de geesten van de rechtvaardigen” en dat de Heer “de geest van de mens in diens binnenste formeert” om te bewijzen dat mensen een geest bezitten. Deze geest is niet de ziel, en ook is het niet de Heilige Geest. Wij aanbidden God in deze geest. 

Laten we eens kijken welke functies onze geest heeft:


Deze geest in de mens heeft drie hoofdfuncties: geweten, intuïtie en gemeenschap. Het geweten is een waarnemend orgaan dat onderscheid kan maken tussen goed en kwaad, niet op basis van kennis of redeneren, maar door spontaan, direct oordeel. Vaak zal ons verstand zaken goed redeneren, terwijl ze door ons geweten worden afgekeurd. Het geweten werkt onafhankelijk van de mens. Intuïtie is het onderscheidingsvermogen van de menselijke geest. Intuïtie is het weten zonder voorkennis, buiten verstand gevoel of wil om – op andere vlakken dan goed en kwaad. Het verstand kan ons helpen begrijpen, door intuïtie “weten” we werkelijk. Openbaringen en bewegingen van de Heilige Geest komen tot ons via onze intuïtie. Gemeenschap is het aanbidden van God. Onze ziel is daartoe ontoereikend. Onze aanbidding van God, en Gods communicatie met ons, bevinden zich direct in de geest.
 
Deze drie elementen zijn nauw met elkaar verbonden in werken in samenhang met elkaar. Het geweten oordeelt naar de intuïtie. Wij kennen God intuïtief, Zijn wil openbaart Hij in onze intuïtie. Kennis van God volgt niet uit veronderstelling of gevolgtrekkingen. Vanuit de Bijbel kunnen we weten dat onze geest deze drie functies heeft. Niet-wedergeboren mensen hebben nog geen leven, maar ze hebben deze functies ook (hoewel hun aanbidding afkomstig is van boze geesten). De mate waarin deze functies bij hen tot uiting komen verschilt. Hoeveel ze er ook van laten zien, dat bewijst alleen maar dat mensen een geest hebben, niet dat ze al tot leven zijn gekomen en dood zijn voor zonde en overtreding. Pas na de wedergeboorte  woont Gods Heilige Geest in onze geest en zijn we tot leven gewekt om een instrument van Hem te kunnen zijn.
 
Het doel van deze studie is om ons te laten beseffen dat we een onafhankelijke geest hebben die los van ons verstand, onze wil en onze emoties functioneert. In deze geest doet God ons wedergeboren worden, onderwijst Hij ons en wil Hij ons in Zijn rust voeren. Helaas weten zeer vele christenen bijna niets over dit onderwerp als gevolg van jaren van gebondenheid aan de ziel. We moeten bidden tot God of Hij ons wil doen ervaren wat geestelijk en wat ziels is. 
 
In de niet-wedergeboren staat van de gelovige wordt zijn geest onderhouden en omringd door zijn ziel. Ze zijn zodanig met elkaar vermengd dat het niet mogelijk is te onderscheiden waar wat vandaan komt. Bovendien is zijn geest natuurlijk nog dood voor God. Naarmate verstand, wil en gevoel sterker worden verdwijnen de functies van de geest steeds meer naar de achtergrond. Dit is waarom het scheiden van geest en ziel zo belangrijk is na de wedergeboorte van de gelovige!
 
De niet-wedergeboren geest lijkt in sterke mate op de ziel. Zo sterk zelfs, dat de niet-wedergeboren geest dezelfde dingen doet als de ziel, omdat deze niet-wedergeboren geest onder controle van de ziel staat.
 
De ziel
Hebr. “nephes“, Gri. “psychè“.
De ziel is de zetel van de persoonlijkheid, het “zelf”-bewustzijn van de mens. Intellect, gedachten, idealen, liefde, emotie, keuze, beslissing zijn enkele van de verschillende ervaringen van de ziel. De mens wordt in de Bijbel om deze reden een “ziel” genoemd. De persoonlijkheid, de ziel van de mens wordt gevormd door deze drie hoofdfuncties: wil, verstand en emotie. De wil is het instrument waarmee we onze intentie uitdrukken, we “willen” of we “willen niet”. Met onze wil maken we keuzes en beslissen we. Ons verstand is het instrument van onze gedachten. Wijheid, kennis en beredenering komen hieruit voort. Onze emotie ten laatste is het instrument van onze voorkeur of afkeuring. Liefde, blijdschap, boosheid, verdriet en geluk komen hier uit voort.
 
De wil wordt in de Bijbel ook wel “het hart” genoemd. “Kennis“, “beraadslagen“, “weten“, “gedenken“, komen uit het domein van het verstand. En woorden als “versmachten“, “verlangen” en “verlustigen” zijn aanduidingen voor zaken die tot het gebied van de emotie behoren.
 
Het leven van de ziel
In het Grieks worden drie woorden vertaald met ons woord leven: “bios” (het natuurlijke, fysieke leven van het lichaam); “psuche” (het innerlijke, zielse, wereldse leven met wil, verstand en gevoel); en “zoe” (het hoogste, het geestelijke, eeuwige leven).
 
Zowel het OT Hebreeuwse woord nephesh als in het NT Grieks woord psuchè worden vertaald met “ziel“, maar ook met het “leven” of “leven van de ziel“. Zo weten we dat de ziel niet alleen een van de drie elementen van de mens is, maar dat het ook duidt op zijn hele leven.
 
En omdat deze vertalingen naast elkaar bestaan mogen we concluderen dat de Bijbel er geen onderscheid tussen maakt. De  ziel en het leven van de ziel zijn hetzelfde. De mens zonder ziel leeft niet. Het leven van de mens ìs de ziel, die het lichaam doortrekt. Het leven van ons lichaam is het leven van de ziel en kan worden uitgedrukt in onze wilskracht, verstand en emotie. Onze “persoonlijkheid” in de natuurlijke wereld wordt gevormd door deze drie: wil, verstand en emotie, niet minder, maar ook niet meer dan dat.
 
Het is zeer belangrijk om te erkennen dat de ziel het natuurlijke leven van de mens IS. Het heeft in grote mate invloed op wat voor soort christen we zullen zijn, ofwel geestelijk, ofwel ziels. Daarover later meer.
 
De ziel en het zelf van de mens
We hebben gezien dat de ziel de zetel is van onze persoonlijkheid en het orgaan van onze wil, onz verstand en onze emoties. Hieruit kunnen we nu gemakkelijk concluderen dat de ziel gelijk is aan ons “echte ik“. Onze ziel is ons zelf, is wie we zijn. Waar in het OT bijvoorbeeld staat dat een mens een verplichting op zich neemt staat in de grondtekst “hij verplichtte zijn ziel“. Ook in het NT vinden we dit. Bijvoorbeeld in 1 Petrus 3:20 vinden we de tekst dat in de ark “acht zielen” (NBG) werden gered. De Bijbel beschouwt in het algemeen de ziel als zijnde de mens zelf.
 
Voor de wedergeboorte behoort alles wat in het leven besloten ligt aan mogelijkheden tot het domein van de ziel. Met andere woorden: het leven van de ziel is het leven dat de mens bij zijn natuurlijke geboorte erft. Als we duidelijk herkennen wat van de ziel is, zullen we later  makkelijker kunnen herkennen wat geestelijk is. Het zal mogelijk worden om het zielse en het geestelijke van elkaar te scheiden.