Omzien naar de toekomst

Heel de schepping zucht en is in barensnood”. Bekende woorden uithoofdstuk 8 van de Romeinenbrief. En niet alleen de schepping, maar ook wijzelf zuchten in onszelf. En als we het hierbij laten, dan sluit dat aan op een versuit hoofdstuk 7 dat zegt: “ik ellendig mens, wie zal mij verlossen uit het lichaam van deze dood?”. Hier hebben we dan voorzeker een recept voor een terneergedrukt en droevig leven…

Gelukkig gaat de tekst van hoofdstuk 8 verder, en geeft een antwoord op de verzuchting uit hoofdstuk 7. We lezen namelijk in 8:23-25 waarop wij wachten, namelijk op de ”aanneming tot kinderen, namelijk de verlossing van ons lichaam. Want in de hoop zijn wij zalig geworden. Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen? Maar als wij hopen wat wij niet zien, dan verwachten wij het met volharding”.

Waar baseren wij onze hoop op? Wij mogen onze hoop baseren op onze God! Hij is immers de Eeuwige, de Onveranderlijke, de Almachtige. Hij is gisteren, heden en morgen Dezelfde. Hij is de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde! Als Hij spreekt luisteren wij aandachtig.
Wat herinneren wij ons van de machtige daden van God in ons leven? Van Zijn vertroosting op die momenten dat wij het nodig hadden? Van de kracht die Hij ons gaf in moeilijke omstandigheden? Onthouden wij de zegeningen die Hij ons heeft gegeven? In de Bijbel vinden we hier veel voorbeelden van.
We lezen over Jakob die op de plaats waar God tot hem heeft gesproken een steen opricht, die overgiet met olie en er zo een gedenkteken van maakt. Hij noemt die plaats Beth El, ‘huis van God’. De gedenksteen is een teken van Jakob’s belofte aan God dat de Heere vanaf dat moment zijn God zal zijn en dat hij van alles wat hij krijgt, een tiende aan de Heere zal geven (Genesis 28).
Ook bij het sluiten van een verbond met Laban richt Jakob een gedenkteken op en hij noemt die Gilead, dat betekent: een ‘steenhoop die getuige is’ (Genesis 31). Later moet Jakob terugkeren naar Beth El om daar een altaar te bouwen. Ook bij deze gebeurtenis richt hij weer een gedenkteken op (Genesis 35). Bij het overlijden van Rachel richt Jakob een gedenkteken op ‘boven haar graf’, langs de weg naar Efratha (Genesis 35).
Ook bij Jozua vinden we, bij de gebeurtenis van de oversteek van de Jordaan, dat hij een steenhoop als gedenkteken opricht. Voor deze hoop stenen wordt het woord ‘gedachtenis’ gebruikt, van ‘het zich herinneren’. Dat is ook precies het doel van dit gedenkteken (Jozua 4).
Soms richt de Heere zelf gedenktekens op. In een profetie tegen Egypte is er sprake van een gedenkteken dat de Heere Zelf opricht, tegen de Egyptenaren ”tot een teken en getuigenis voor de Heere van de legermachten in het land Egypte” (Jesaja 19).
Zo zien we Jakob, die plaatsen en tijden in zijn leven markeert waar God hem heeft geholpen of waar hij met God heeft gestreden. Zo zien we Jozua, die het volk het beloofde land in mag leiden, en opdracht om een gedenkteken op te richten, tot herinnering aan hun kinderen en kindskinderen. En zo zien we de Heere Zelf, die gedenktekens opricht om mensen te herinneren aan grenzen die er zijn rondom Zijn volk.
Weet ú welke gedenkstenen er op úw levenspad staan? U mag ze in herinnering brengen, ze één voor één bedenken, ze onthouden of (laten) opschrijven. Maak er gedenkstenen voor Gods trouw van, vertel ze aan uw kinderen en uw kleinkinderen, aan mensen om u heen. Want onze God is een God van trouw, die nooit loslaat wat zijn hand is begonnen. Wat Hij gisteren deed zal Hij vandaag doen en wat Hij vandaag doet zal Hij tot in eeuwigheid doen! Omdat Hij altijd Dezelfde is, zijn gedenktekens behalve herinneringen aan Zijn machtige daden tegelijk ook bakens van hoop.
Hier op aarde, waar veel pijn en verdriet is, lijkt hoop soms ver weg. Laten we nog even terug gaan naar de tekst waarmee we begonnen. Wat wij verwachten is ”… de verlossing van ons lichaam. … Hoop nu die gezien wordt, is geen hoop. Immers, wat iemand ziet, waarom zou hij dat nog hopen?” (Rom.8).
Welnu, als onderpand, als zekerstelling, hebben wij de Heilige Geest ontvangen, Die ons geestelijk heeft verlost. God belooft ons dat Hij ons ook lichamelijk zal verlossen. We vinden dat ook in Filippenzen 3: wij verwachten onze Zaligmaker, “namelijk de Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam …”. Dat is een belofte!
En ik vraag nogmaals: Waar baseren wij onze hoop op? Wij baseren onze hoop op een Onveranderlijk God, Die ons tot hiertoe heeft geholpen met dragen, met vertroosten, met kracht, vergeving en verlossing. Hij stopt daar niet mee, dat kan Hij niet, het is Zijn aard niet, want Hij is altijd Dezelfde. Zijn Naam is YHWH – “Ik was Die Ik was, Ik ben Die Ik ben, Ik zal zijn Wie Ik zal zijn”.
Dáár komt onze hoop vandaan, van de Heere Die hemel en aarde heeft gemaakt, Die trouw houdt tot in eeuwigheid en nooit laat varen het werk dat zijn hand begonnen is! Hij geeft ons “de overwinning … door onze Heere Jezus Christus. Daarom, mijn geliefde broeders, wees standvastig, onwankelbaar, altijd overvloedig in het werk van de Heere, in de wetenschap dat uw inspanning niet tevergeefs is in de Heere”. Wat wij door Zijn genade mochten doen in Zijn Koninkrijk gedurende ons leven zal blijken “niet tevergeefs te zijn in de Heere”.
Wilt u weten waar uw toekomst, uw hoop ligt? Kijk achterom naar de gedenkstenen van Gods genade en trouw in uw leven, en stel uw vertrouwen op onze eeuwige God.
Het is zoals Hebreeën 6:19 zegt: “Deze hoop hebben wij als een anker voor de ziel, dat vast en onwrikbaar is en reikt tot in het binnenste heiligdom, achter het voorhangsel”.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.